Design for Manufacturing / Samenvloeinaden
DfM-verdieping
Samenvloeinaden: waar het vloeifront weer samenkomt
Waar twee smeltfronten elkaar ontmoeten, ontstaat een samenvloeinaad. Dat gebeurt achter elk gat, achter elke kern, bij elke meervoudige aanspuiting en overal waar de stroom zich splitst en herenigt. De fronten versmelten nooit perfect: de moleculen liggen langs de naad in plaats van erdoorheen, en dat kost sterkte.
Sterkteverlies op de naad (indicatief)
| Materiaal | Reststerkte t.o.v. basismateriaal |
|---|---|
| PP, PE (ongevuld) | 85 tot 100% |
| ABS, PC, PC/ABS | 80 tot 95% |
| PA ongevuld | 80 tot 95% |
| Glasgevulde grades (bv. PA6 GF30) | 40 tot 60% |
| Talk-/mineraalgevuld | 60 tot 80% |
Bij vezelgevulde materialen is het verlies het grootst: de vezels steken niet over de naad heen, dus reken je op de naad feitelijk met de matrixsterkte.
Zichtbaarheid
Op zichtvlakken tekent een naad zich af als een fijne lijn of glansverschil, het sterkst bij donkere hoogglanskleuren en metallics. Structuur en matte oppervlakken verbergen naden deels.
Sturen in plaats van hopen
- Aanspuitpositie kiezen zodat de naad in een onkritische zone valt, niet op de hoogst belaste doorsnede en niet midden in het zichtvlak.
- Wanddikte als stuurmiddel: de smelt volgt de dikste weg. Een lokaal iets dikkere flow leader trekt het front naar zich toe, een dunnere zone remt het af.
- Naadkwaliteit verhogen door de naad te laten ontstaan zolang beide fronten nog heet zijn, met ontluchting of een overloopnokje op de naadpositie.
Bekijk de volledige DfM-pillar of ga naar aanspuiting en mold-flow.
Wat betekent dit voor jouw ontwerp?
Bereken in 2 minuten je matrijs- en stuksprijs, of vraag onze engineers om een DfM-check.